Schrijf mee in mijn dagboek

Mijn dagboek blog

Mijn dagboek blog

Mijn dagboek blog

 

 

In mei 2013, wil Kaat niet meer naar school. Ze was al een tijd aan het kwakkelen met haar gezondheid, al viel het ons wel op dat ze elke zondagavond ziek werd en op vrijdagmiddag weer liep te huppelen. Maar op een goede dag, besluit ze echt niet meer te gaan. Wat we ook proberen, straffen, negeren, belonen, het mag allemaal niet baten. Als ik haar vraag wat er speelt geeft ze me geen antwoord. Ze keert meer en meer in zichzelf en sluit zich voor ons af. Ik voel haar van mij wegglippen. We waren altijd zo close. 

Jur is voornamelijk boos. Volgens hem is ze aan het puberen en wil ze gewoon niet naar school. De strijd die hierdoor ontstaat maakt Kaat totaal hysterisch. Ze krijgt de ene na de andere drift bui. Ligt met schuim op haar mond op de grond en gaat haar vader letterlijk te lijf. Mijn 'moedergevoel' zegt dat er iets niet klopt. Natuurlijk zijn 'huiswerk maken' en 'lange lesuren' niet altijd een feest, maar jezelf ontdekken, nieuwe vrienden maken, erop uit trekken, dat wil iedere jonge griet. Ik ben ervan overtuigd dat het geen onwil is. Na een maand tobben, word ik gebeld door de zorgmanager en zij meldt mij dat ze aan autisme denkt. Ik ben echt met stomheid geslagen. 'Autisme? Dat is toch Rainman? Waar heb je het in vredesnaam over?'.

De huisarts verwijst ons door naar een GGZ instelling. Maar Kaat wil niet meewerken. Ze weigert te gaan en het duurt zeker een maand voordat ze daar haar eerste 'gesprekje' heeft, op de trap, want ze weigert de kamer in te gaan. Eenmaal per week breng ik haar naar Rosmalen en wacht geduldig in de wachtkamer, tot ze weer naar buiten komt. 'Tot volgende week', is steevast wat ik te horen krijg. Thuis begint de situatie onhoudbaar te worden. Ik probeer Kaat in een dagritme te houden. Een uurtje huiswerk maken, een uurtje klusjes, een uurtje huiswerk, pauze, een uurtje huiswerk, een uurtje klusjes en dan mag ze haar eigen 'ding' doen. Pffff... tureluur word ik ervan.

De leerplichtambtenaar belt. Waarom ze niet naar school gaat. Ik leg uit wat er aan de hand is en dat we alles doen om haar zo snel mogelijk weer naar school te krijgen. Ze nemen alles voor lief aan en wensen me sterkte. Nooit meer iets van gehoord. Als ik daar nu over na denk, is het toch op zijn zachts gezegd 'vreemd' dat zij nooit op bezoek zijn geweest. Om ons wegwijs te maken bijvoorbeeld...

Na vier maanden staat de diagnose vast; PDD NOS en een sociale angststoornis. Het dringt totaal niet tot ons door en wij gaan er nog steeds vanuit dat Kaat binnen een maand of twee weer lekker naar school kan. Het wordt moeilijker haar aan te sturen en ik houd het niet vol om voortdurend de strijd aan te gaan. Uiteindelijk bestaat haar leven uit computerspelletjes en eenmaal per week CGT. Acht lange maanden verder, hebben wij wel in de gaten dat deze situatie geen zoden aan de dijk zet en dat er echt 'iets' moet gebeuren. Het wordt klinische dagbehandeling op het Herlaarhof van de Reinier van Arkelgroep in Vught. Ik leef in een roes en besef nog steeds niet ten volle waar wij in beland zijn geraakt. 

Na het verwerken van dit bericht wordt het wachten geblazen. De huidige behandelaar verzuimd gegevens aan te leveren en wanneer dit uiteindelijk wel gebeurd zijn er alweer andere kinderen voor gelaten. Boot gemist, ze staat op de wachtlijst. Thuis is de spanning om te snijden. Voor de kerst krijgen we het verlossende telefoontje. Kaat kan in januari starten. Oud en nieuw wordt met tegenzin gevierd. Als Jur, met de kinderen, buitenstaat en de buren begroet, sta ik in de woonkamer achter het raam. Tranen lopen over mijn wangen en bij iedere knal tril ik als een rietje. 

Het is voor ons geen verrassing dat Kaat niet naar de dagbehandeling wil en eigenlijk gewoon niet durft. Er worden PIT contacten ingezet (Psychiatrisch Intensief Thuiscontact). Elke week komt Kaat's eigen mentor van de dagbehandeling bij ons thuis op visite. Na zes weken durft ze de stap te wagen om kennis te maken met de groep. We hebben afgesproken samen een uurtje te gaan kijken en dan weer naar huis te gaan. We treffen een iets wat oudbollige locatie aan. Mijn tenen trekken zich krom in mijn schoenen. In de 'woonkeuken' schuiven we aan tafel en maken kennis met de drie andere kinderen. Kaat heeft geluk dat de groep zo klein is. Ze zijn van haar leeftijd en blijken min of meer dezelfde problematiek te hebben. Tegen alle verwachting in voelt Kaat zich meteen op haar gemak en wil ze de rest van de middag blijven.

Ik loop door de gangen terug naar mijn auto. Ik heb het spaans benauwd. Ik heb net mijn kind achtergelaten in een inrichting. De twijfel slaat in alle hevigheid toe. Hier hebben we zolang op gewacht. Nu krijgt ze eindelijk de hulp die ze nodig heeft. Nu kunnen we aan de toekomst werken. Nu krijg ook ik weer rust, kom ik weer aan mezelf toe. Maar juist nu het zover is, voel ik me leeg en schuldig. Alsof het de eerste dag is dat ik Kaat naar het kinderdagverblijf bracht. Huilend rij ik naar huis. Aan het einde van de dag haalt Jur haar op. Ze komen samen dolenthousiast thuis. Ik moet het loslaten. Het is goed zo. 

Kaat volgt een lang traject met dagbehandeling.  Vijf dagen in de week, ook in de vakanties. Het is zwaar en confronterend. Jur en ik vechten elkaar thuis de kiet uit, ik begrijp hem niet en hij begrijpt mij niet. Hij vindt dat ze gewoon moet luisteren en ik stel geen grenzen. Wekelijks praten we met een systeemtherapeut en Kaat's mentor op de groep. We leren wat autisme is, krijgen inzicht in ons eigen gedrag, leren hoe we het beste met Kaat kunnen omgaan. De psychiater adviseert Fluoxetine (antidepressivum). Wij twijfelen geen seconde. Ze gaat dit zo niet trekken. Langzaam voel ik dat ik weer contact kan maken met Kaat. Zij leert mij weer vertrouwen. We voeren kleine gesprekjes. Ik zie haar weer lachen. In de ochtenden gaat ze zelfs naar school. Haar concentratievermogen neemt toe. Ze geeft zelfs aan dat haar hoofd minder vol zit. Ik zie dat mijn kind terug komt. Ik krijg haar terug!

Zeven maanden later, halverwege de zomervakantie wordt Kaat ontslagen, ze heeft haar doelen behaald. Ik ben apetrots. Wat is ze toch sterk, wat heeft ze veel geleerd. Wij ook. Jemig, wie had dit ooit kunnen voorzien? Het afgelopen jaar ben ik 5 jaar ouder geworden. Ik ben kapot en doodsbang hoe dit nu verder moet...

 

 

 

Reacties  
#5 S 06-08-2018 13:30
Dank je voor deze blog. Ik zie dat dit al van een tijdje geleden dateert maar wij beginnen pas aan dit pad. Het doet me goed te lezen dat het beter gaat, dat het beter kan, dat er een lichtje is aan het einde van de zeer lange tunnel.
Onze dochter heeft een bovengemiddeldbegaafd (diagnose op 9 jaar). We dachten dat het goed zat, maar na de start in het middelbaar loopt het akelig mis. Eind deze week zouden we een idee hebben over wat de aanpak is. De psychiater zei ons alvast dat het ASS is maar ze moet onze dochter nog een keer zien.
Hopelijk gaat deze nachtmerrie ooit over.
Citeer
#4 Kaat 04-12-2016 16:20
Dank u wel.
Citeer
#3 Martine 04-12-2016 16:00
Wat fijn om te lezen! Bedankt voor je reactie en ik wens je heel veel succes in je examenjaar.
Citeer
#2 Kaat 03-12-2016 11:44
Het gaat nu super goed met mij! Ik zit in de vierde klas en doe dit jaar examen. Volgend jaar ga ik naar de HAVO, want ik ben nog niet klaar voor een vervolgopleiding. Ik zit hier goed op mijn plek op het speciaal onderwijs, maar mijn zus heeft het minder getroffen, want die zit in een klas vol met onhandelbare kinderen. Ik gebruik sinds kort ook geen medicijnen meer en ik heb een vriendin waar ik ook mee ga winkelen of naar de film, helemaal met z'n tweeën. De dagbehandeling heeft me heel goed geholpen, ik heb er veel geleerd en heb daar meer zelfvertrouwen gekregen.
Citeer
#1 Martine 02-12-2016 09:41
Heb je verhaal met tranen in de ogen gelezen. Heel veel herkenbaaheden en dat gevoel wat je beschrijft als je je kind achterlaat in een instelling. Fijn dat het zo heeft uitgepakt en terechte trots... hoe gaat het nu met je dochter? Hoor er graag meer over.
Citeer
Plaats reactie